Boek een afspraak kuLeuven
Gelieve 2 of meer karakters in te geven.

nieuws & hoogtepunten

GETEST: klimmer vs klassiek renner
21 jan

GETEST: klimmer vs klassiek renner

Tijdens de maand januari ontvingen we bij Bakala Academy heel wat beloftevolle Belgische wielrenners, mountainbikers en BMX’ers van Wielerbond Vlaanderen.

 

Al die verschillende profielen zorgen uiteraard voor interessante testings en waarnemingen. 

 

Onze expert Willem licht toe… 

 

Aan de hand van een inspanningstest kunnen we vooral afleiden waar een renner zich op conditioneel vlak bevindt. Tijdens de test wordt er een bepaald vermogen bereikt en aan de hand van de lactaatwaarden kunnen we de vetdrempel en het omslagpunt bepalen. Het omslagpunt is het moment waarop de renner evenveel lactaat zal aanmaken als hij afbreekt, een zogenaamde “steady state”. Dit komt overeen met een intensiteit waarop een recreant de inspanning nog een 30- tot 40-tal minuten kan volhouden. Een profrenner als Tony Martin kan zelfs ongeveer 50 minuten op zijn omslagpunt rijden.

 

Indien we de test van een klassiek renner (Parijs-Roubaix, Ronde van Vlaanderen,...) vergelijken met een klimmerstype kunnen we enkele verschillen optekenen.

Zo streeft een ‘klimmer’ naar zo hoog mogelijke relatieve waarden (watt/kg) omwille van zijn lichaamsgewicht dat de berg/col over moet. Op het vlakke speelt dit niet zo een grote rol en zal het absolute vermogen een belangrijkere factor spelen.

 

Een voorbeeld: Een klassieke renner van 87.9 kg zal een absoluut vermogen van 455 watt leveren op het omslagpunt. Een klimmer van 61 kg zal minder absoluut vermogen leveren (345 watt), maar het relatief vermogen (absoluut vermogen gedeeld door het lichaamsgewicht) van deze klimmer zal hoger liggen door zijn lager gewicht ten opzichte van een klassiek renner (respectievelijk 5,7 watt/kg en 5,2 watt/kg). Een hoog vermogen gecombineerd met een laag lichaamsgewicht zijn dus belangrijke factoren om een goede klimmer te kunnen zijn. 

 

 

 

 

← Terug naar overzicht